Voor hen die niet van … (een schilderij) houden (3): “Jos van Merendonk”

Nou ken ik, niet geheel toevallig, maar dat heeft meer met zijn kwaliteiten dan met de mijne te maken, zowel Jos als zijn schilderijen. En ik ken ook een aantal mensen dat dol is op zijn werk, zijn avontuur, zijn onderzoek, zijn vasthouden aan risico’s. En zijn (relatieve) neiging om zaken, ook in de kunst, te relativeren. Eerst maar eens kijken wat de goede man eigenlijk uitspookt:

Dit is een schilderij uit 2006 van 100 x 100 cm, éen van de standaardmaten van Van Merendonk, naast 200 x 200 en 60 x 60 cm. Zijn werken hebben als titel een samengesteld nummer dat verwijst naar jaar van ontstaan, formaat, gebruikte soort verf en de positie in de volgorde van ontstaan.
De compositie hierboven zou voor de argeloze kijker nogal willekeurig kunnen schijnen, maar zij representeert in verf de “basistekening” waarmee Van Merendonk elk schilderij aanvangt in potlood om pas daarna de kwast ter hand te nemen. Onderstaand schilderij laat, als voorbeeld, zien dat dat startpunt een vaak zeer losse leidraad blijkt te zijn:

Meteen duidelijk is dat het belangrijkste deel van het beeld (van 60 x 60 cm) met verf gespoten is. Daarnaast maakt Van Merendonk hier gebruik van verticalen, als lijn en als een hangende slinger. Componenten die in de basistekening elk slechts éen keer voorkomen.
In een reeks schilderijen uit 2005, waarvan hieronder een voorbeeld van 100 x 100 cm, is, voor ons als beschouwers, elk houvast aan de begincompositie geheel zoek geraakt. Het leek Van Merendonk wel een aardig idee om eens met een verfroller aan de slag te gaan, want dat was er tot dan toe nooit van gekomen. En elke uitdaging moet met open vizier tegemoet getreden worden.

Zo’n roller heeft natuurlijk tamelijk rigide eigenschappen ten opzichte van de kwast of de spuitbus, wat me indertijd verleidde tot de opmerking dat het nu niet veel gekker meer kon worden, waar de kunstenaar zelf gelukkig hartelijk en bijna instemmend om moest lachen. In dit schilderij zijn trouwens ook, voor zover niet overschilderd, de potloodlijnen van de tekening duidelijk waarneembaar.
En dan hieronder een laatste voorbeeld (van 200 x 200 cm) waarin je zou kunnen spreken van een lyrische uitwerking die, als het ware, aangestuurd is door geselecteerde elementen van de basistekening:

Ik heb hier gekozen voor een paar werken uit het midden van het eerste decennium van onze fijne eeuw, maar kijk ook eens op de web-site van Jos van Merendonk. Die wordt regelmatig verfrist (al mis ik altijd een archief, maar daar zal Jos beslist een reden voor hebben) en bevat ook een paar fraaie teksten uit binnen- en buitenland (en zelfs een video) over een aantal beweegredenen die tot een dergelijk oeuvre kunnen leiden.

P. S.
Oplettende kijkertjes thuis is het misschien opgevallen dat ik bij mijn selectie steeds “gegaan ben” voor groene schilderijen. Daar zit iets in, ware het niet dat Van Merendonk sinds midden jaren ’80 alleen maar groene schilderijen maakt, gebruik makend van het zogenaamde chroomoxide-groen. Maar ik vind het “monochrome aspect” eigenlijk verwaarloosbaar. Net als met de basistekening vermijdt hij hiermee het ellendige horror vacui dat menige kunstenaar kwelt. Terwijl hij vanaf het eerste begin steeds meerdere keuzes heeft geëlimineerd, resulteert die eliminatie in een kleurrijk, vrij en vindingrijk levenswerk (waaraan trouwens nog volop geklust wordt).

Voor hen die niet van … (poëzie) houden (2): “Midden op de weg”

Om maar met de deur in huis te vallen:

Midden op de weg

Midden op de weg lag een steen
lag een steen midden op de weg
lag een steen
midden op de weg lag een steen.

Nooit zal ik die gebeurtenis vergeten
in het leven van mijn zo vermoeide netvliezen.
Nooit zal ik vergeten dat midden op de weg
lag een steen
lag een steen midden op de weg
midden op de weg lag een steen.

Carlos Drummond de Andrade (No meio do caminho)
Vert. August Willemsen

Zo heeft een filosoof en natuurkundige (of omgekeerd) ooit eens beschreven wat een geweldig toeval het was dat hij op een auto, midden in New York, het nummerbord CT-133-RT aantrof (of een nummer van een andere, maar gelijkwaardige orde, maar vraag me dat nou weer niet want de publicatie bevindt zich al jaren in een opslag). Ik ben verdomme z’n naam vergeten en ik kan er wel een sjekkie over draaien, maar ik weet bijna zeker dat ik er niet op kom (het is ook al wel een paar jaar geleden; hij had ook iets met de atoombom of andere explosieven van doen, &c).

Hah! iedereen die achter de uitspraak aanschuifelt dat we maar 10% van onze hersenen gebruiken, loopt een Broodje Aap achterna: de wetenschap is er tot nu toe niet achter hóe we met onze overige 90% omgaan, maar die gebruiken we wel degelijk:
De briljante man die me zojuist te binnen schoot heet dus Richard Feynman. Dat ik op zijn naam kan komen maakt me beslist niet zo briljant als hij was, maar het is wel fijn om te merken dat mijn synapsen nog een beetje knapperen.

P. S.

Van dit gedicht nam ik kennis in de fraaie, associatieve compilatie van poëzie, samengesteld door Henny Vrienten, in 2009 gepubliceerd onder de titel Zwaan kleef aan (op pagina 68).

Voor hen die niet van … (een inleiding) houden (1): “Niks”

De generieke titel waaronder ik meer of minder bekende muzieknummertjes aanbied is eigenlijk ontleend aan een opdringerige stapel boeken, halverwege de trap naar éen hoog bij boekhandel Scheltema, toen nog aan het Koningsplein in Amsterdam. Deze stapel bestond uit mooi gebonden, hard-cover dummy’s; lege pagina’s dus, een stuk of tweehonderd, in een van linnen voorziene band en in een verscheidenheid aan kleuren. Echt exemplaren die Johnny Rotten ondersteunde in zijn uitspraak dat boeken zo mooi een stuk muur kunnen decoreren.
Daarnaast of -boven hadden ze Kamagurka, aan wie ik in principe een hekel heb wegens zijn altijd narcistische sarcasme, zo ver gekregen er een plakkaat aan te brengen met de mooie tekst: Een Must voor hen die niet van lezen houden!

De titel van deze, onderhavige rubriek haal ik weer bij Monty Python vandaan: And for those who don’t like Sport, there’s Sport, als parodie op de veel geloofde, maar voor mij verwaarloosbare BBC, al stoppen ze een enkele keer goed geld in een mooi programma.

We moeten, omdat het een inleiding betreft, maar eens beginnen met niks. Een uitvoering dus van de compositie van John Cage: zijn 4 minuten en 33 seconden. Wat op zichzelf al een Mer à Boire is want wie heeft het niet uitgevoerd?
Ik kies hierbij voor een uitvoering van orkest en piano. De aanwijzingen van Cage zijn nogal ruim, dus deze versie is zeker toegestaan, al dacht ik dat zijn eerste gedachten uitgingen naar een stuk voor piano solo.

Ik vind het een heel fraaie versie omdat er zoveel mensen bij betrokken zijn, ook het publiek, natuurlijk (en verdomd: het verkeer buiten de concertzaal).

Nu maar weer eens kijken hoe we verder komen… In de door Hennie Vrienten aanstekelijk samengestelde bundel van mondiale poëzie staat bijvoorbeeld een prachtig gedicht.
En ik had ooit een vriend die, in een samenkomst met andere vrienden in ene meldde: “Ik heb nou toch iets leuks meegemaakt!” Iedereen keek hem natuurlijk verwachtingsvol aan en we hadden al veel gelachen, maar we waren klaar voor een nieuw goed verhaal. “Nou ja”, zei hij, “dat was het eigenlijk”.

Een “must” voor hen die soms niet in optimisme geloven … (19): “Fill your Heart”

We schakelen, voorlopig voor de laatste keer, over naar B.’s studio want anders wordt het te gek en wel hierom: dit nummer van Tiny Tim, eigenlijk een soort vaudeville dorpsidioot, is zo liefdevol en ontroerend dat het in geen enkele muzikale herinnering mag ontbreken. Daarnaast heeft David Bowie (wie?!!, vragen soms mensen uit de leeftijdscategorie tot 35 mij soms ) dit lied geridderd door het uit te voeren op de langspeelplaat Hunky Dory (op wat?!, waarbij het dan onduidelijk is of het gaat om het medium of de inhoud).
Tiny Tim is eigenlijk een soort muzikaal “Mens Erger Je Niet”, want je kunt, na 9 3/4 minuut ook stapelkrankzinnig van hem worden. Het iets minder onbekende Tip Toe Through The Tulips voeg ik, als bonus, gratis bij, ook omdat het qua concept hier wel thuis hoort.

Ik gaf B. ooit een collectible kerst-cd van Tiny Tim cadeau, met seizoensgebonden versiering in het scharnier, maar daar is het nu en hopelijk nooit de tijd voor. Ach, eigenlijk is alles ontroerend … En alles liever dan Anthony and the Hystericals …

Een “must” voor hen die soms niet in optimisme geloven … (17 (of 18?)):

Het lampje van mijn e-mailprogramma blijft nu permanent flikkeren (een woord dat ik van mijn leraar Frans niet mocht gebruiken, waarschijnlijk omdat hij “van de verkeerde kant” was, dus laten we zeggen: flakkeren), dus lieve vriend B. heeft vanavond, al is het zaterdag, weinig te doen dan met ons meeleven in een wereld van melancholiek optimisme. Daarnaast komen er ook steeds meldingen op mijn LinkedIn-account, een fenomeen waar ik met tegenzin lid van ben, maar wat is voortgerold uit een verleden. Sinds gisteren ben ik bevriend door een meester in iets uit België, wat ook zo z’n voordelen heeft. Een hartelijk welkom dus en een lieve groet, want je moet wat, en die andere, bijna 2.000 volgers, ga ik niet persoonlijk toespreken, want als mens moet je ook je grenzen kennen.

Door het nummer dat B. mij zojuist stuurde kom ik, vanwege de dinges, hoe heet het ook al weer van YouTube, oh ja, het algoritme, op dit nummer waarvan het weleens zo zou kunnen zijn dat B. het ook niet kent:

Maar het was B. begonnen om:

Dat laatste nummer doet me weer een beetje denken aan Bus Stop van The Hollies, niet wat muziek betreft, maar wel waar het de thematiek betreft, als je begrijpt wat ik bedoel.

Een “must” voor hen die soms niet in optimisme geloven … (17): “Birds and Bees”

Ja, nee, nu heb ik B. echt peper in z’n reet (wat gewoon spleet betekent, dus ook naar andere dingen kan verwijzen) gestopt. Nou komt hij hier weer mee. Een lied dat ik wel ken, maar dat wat verder was weggestopt. Bij B. zijn dingen ook wel weggestopt, maar meer als een niet zo goed gesorteerde hand vol kaarten, want alles is er nog. Ik wil maar zeggen: een full house of een carré van azen schudt hij zonder problemen uit zijn herinnering.
Vroeger hadden we nog wel problemen over wie nou beter waren, The Kinks of The Beatles, Frank Sinatra of Nat King Cole, maar gelukkig ging B. oppegevement overstag. En sindsdien zijn we nog doller op elkaar dan we reeds waren. That’s what friends are for, zullen we maar zeggen, dank je dus, B.

Grappig filmpje, trouwens!

Een “must” voor hen die soms niet in optimisme geloven … (16): “Got to be there”.

Per associatie, een suggestie van B. volgend (Brother Louie door de groep met de prachtige naam Stories), kom ik terug bij een oude liefde: Toots and the Maytals (wat betekent Maytals eigenlijk?) en ik ben niet eens zo dol op reggea. Maar Toots was er volgens mij nog voor Bob Marley (but correct me if I’m wrong). En ik heb hem en band nog een keer in Paradiso gezien, wat super was.
Van intro, via tromroffel in het midden, tot aan het einde dans je, als je niet oppast, je huiskamer aan gort.

Bij mij hier thuis volgt op aangehecht nummer zijn/hun uitvoering van Country Road van John Denver. Nou, dan kan je bij niet veel fout meer doen …

Een “must” voor hen die soms niet in optimisme geloven … (15): “See You in September”

Omdat ik van goeie vriend B. wat suggesties krijg mag ik niet nalaten om, om te beginnen, dit lied te publiceren. Weliswaar verschuift dit nummer de betekenis van optimisme naar het begrip hoopvol, maar het verdient hier zeker een plek.
Daarnaast is de naam van de uitvoerende bent er éen om jaloers op te worden.

Een prachtig gedicht van Gerard Reve in deze vakantieperiode …

Reisgebed

O God.
Ik sta op het punt, op reis te gaan.
Ik weet niet, of het misschien mijn laatste reis is.
Ik wil U liefhebben.
Ik hoop, dat ik onderweg niemand enig ongeluk of
ander kwaad zal berokkenen.
Ik wil proberen niet, of veel minder, te drinken.
Ik sta voor U.
Ik weet dat ik, of ik veilig zal aankomen,
dan wel onderweg verwonding, ziekte of dood zal vinden,
altijd U toebehoor.
Want in leven en sterven zijt Gij in mij en ben ik in U.
Ik ga nu weg.
Vaarwel, o God.