Alles IJdelheid

Er zullen mensen bestaan die zeggen: ‘Als je ergens een hekel aan hebt, negeer het dan en houd je mond erover’. Ik ben het daar voor een deel mee eens en daarom luister ik ook niet naar Pink Floyd, Queen en Mozart en zoek ik mijn vrienden dus mede uit op basis van hun voorkeur voor Dolly Parton, The White Stripes en Van Beethoven.
Maar het valt heden ten dage niet mee om Marina Abramovic te vermijden. De stad is met haar sacherijnige, zelfingenomen kop volgeplakt en kranten en tijdschriften praktiseren hun behoefte om aan haar komend aanstellerig en plotloos drama in het theater aandacht te besteden. Alles draait volgens Abramovic om charisma. Dat zal best zo zijn, maar in haar geval, waar het daaraan ontbreekt, draait het vooral om krachtig georganiseerde zelfpromotie op basis van uiterst dunne, vrijwel verwaarloosbare lijntjes naar iets betekenisvols.

Een paar jaar geleden richtte ze een institute op, gemakshalve naar zichzelf vernoemd, dat zich ten doel stelt om de kunstvorm ‘performance’ in ere te houden. Voor dat doel stimuleert ze artistieke types die niet kunnen tekenen of schilderen om zich op uitputtende wijze bezig te houden met uren durende herhalingen van zetten. Die mogen dan niet eten, niet telefoneren en bijna niet nadenken. Het klinkt nogal als een exploitatie ten bate van het eenzijdige doel om Abramovic Incorporated een platform te bieden en alle gouden stralen op haar gericht te houden. Over andere belangrijke voorgangers van haar, waaronder behoorlijk wat vrouwen, hoor ik vooralsnog weinig. Daarnaast streeft ze ernaar om vroegere performances, zoals bijvoorbeeld die van haarzelf samen met Ulay, opnieuw te laten uitvoeren.

De eerste vergelijking die me te binnen schiet bij dat laatste is die met het herspelen van veldslagen uit de wereldgeschiedenis, wat, zoals wel meer hobby’s, een totaal onzinnige bezigheid is, maar velen blijkbaar plezier brengt; paarden, manoeuvres, gevechten, wapens, kostuums, & cetera. Maar zo ook kun je in China, in speciaal daarvoor ingerichte werkplaatsen, een ‘originele handgeschilderde reproductie’ laten vervaardigen van de sterrennacht van Van Gogh (of Ven Gof, zoals sommige blond geboren Engelstaligen zijn naam uitspreken). En in deze categorie vallen ook de recente hologrammatische concerten van ABBA en andere coryfeeën te rangschikken. Die duren weliswaar nooit zó lang (die Van Gogh al helemaal niet, al kan vooral het wachten op de levering van je nepobject wel enige tijd in beslag nemen) als de uitgestreken tijd waar Abramovic’ voorkeur naar uitgaat, maar zijn in essentie van hetzelfde laken een pak. Binnen dit veld van mogelijkheden gaat mijn voorkeur dan weer uit naar een hernieuwde versie van de Wimbledon-finale uit 1980 tussen Borg en McEnroe, wat wel zal betekenen dat de jonge versies van deze helden alle slagen van de sensationele vijfsetter uit hun hoofd moeten leren. En éen van die twee moet ook nog eens het baldadige gedrag van McEnroe acteren terwijl beiden ook de hele tijd met een band om hun haardracht moeten rondrennen, want dat mocht of moest toen nog.

Opmerkelijk is dat Marina in twee interviews, in persklare taal, te kennen geeft dat ze een hekel heeft aan opera want ‘die duren zo lang’ waardoor ze er altijd bij in slaap viel. En daarnaast meldt ze, in wederspraak met wat ze eerder en later benoemt, dat het publiek er voor haar niets toe doet want dat moet het allemaal zelf uitzoeken. Waarom ze haar werk dan niet gewoon in haar appartement in NY uitvoert wordt hierdoor een beetje raadselachtig. Want ‘al die moleculen’ in haar lichaam die ze inzet om tot een prestatie te komen doen het toch overal, zou je denken. En waarom wil ze dan niet alleen zichzelf uitputten maar ook nog eens, en tegen betaling nog wel (exclusief ‘Masterclass’ vanaf € 65,00), duizenden toeschouwers?
Met dat uitputten heeft ze natuurlijk wel een puntje, want daarmee sluit ze aan bij gedragingen van mensen uit een veelheid aan culturen. Zo heb je de vaak voorkomende gewoonte van het gedurig vasten dat op veel plekken opduikt, het dansen van de derwisjen, het onmatig neuriën of opzeggen van mantra’s, maar ook het oeverloos zwijgen. Eeuwenlang dood zijn valt volgens mij buiten deze opsomming, al zullen nog steeds bestaande zonderlingen meteen opspringen en boos op vormen van wederopstanding of reïncarnatie wijzen (ze doen maar).
Maar is uitputting kunst? Toen Marina en Ulay indertijd om beurten hard op een blinde muur afliepen om daar tegenop te botsen, of in een ander toneelstukje naakt tegen elkaar aan te kletsten, zich daarmee aardig pijn doend, neem ik aan, was dat voor mij helemaal niet uitputtend, want na weinige minuten had ik het concept na noodzakelijke maar kortstondige overwegingen wel zo’n beetje in de gaten; van dramatische ontwikkeling was geen sprake behalve dan in de zin van: tsjonge, tsjonge, wat een gedoe, waarom gaan ze niet gewoon samen in bed liggen of in een café zitten…

Dat twee mensen zichzelf gedurig pijnigen of onder druk zetten, zoals dat bij hen gebruikelijk was, kon en is dan ook veelal in zogenaamde ‘stills’, fotografische registraties, vastgelegd. En die zijn voor iedereen met enig voorstellingsvermogen te bevatten als een aangrijpend voornemen dat, wat mij betreft, helemaal niet uitgevoerd had behoeven te worden. Dat zij verkozen dat wel te doen was hun goed recht, natuurlijk, maar ze hadden, voor de overdracht van de intensiteit van de inhoud, éen en ander ook achterwege kunnen laten. Zie voor deze problematiek ook de drie opties die conceptueel kunstenaar Lawrence Weiner voor zichzelf opstelde:

1 The artist may construct the work
2 The work may be fabricated
3 The work need not to be built

Marina Abramovic is een enorme ijdeltuit waarvan niet alleen haar werken getuigen, maar ook het gedachtengoed dat ze daaraan paart, evenals haar opgeblazen botox-toetje. In die zin mogen we haar als fenomeen best vergelijken met Harry Mulisch, ook zo’n held op sokken (‘een gemotoriseerde rellenvoyeur’, schreef Reve al vroeg, en de enige Nederlandse auteur wiens werk beter wordt in buitenlandse vertaling). Beiden blinken uit in het denken in-, en verwoorden/verbeelden van, filosofietjes van de koude grond, aangelengd met theologietjes vergelijkbaar met die uit de bijbelgordel of andere geloofjes uit het mondiaal religiegebied. En beiden, zo overtuigd van zichzelf en van hun gekortwiekte wereldwijsheid als ze zijn, vallen daarmee regelrecht in de verzamelkuil van de aanstellers en uiteindelijk van de neppers en de bedriegers omdat ze weinig anders dan hun eigen samenzweringsideeën zonder pauze (No Intermission) in woord en gebaar ten tonele voeren. Dat dat leidt tot sektarisme: gelovers en ‘twijfelaars’ interesseert Madame M. geen fluit. ‘You love me or you hate me’, pronkt ze. Volgens haar zegt dat voluit iets over de hoge kwaliteit van haar manifestaties, maar volgens mij geldt iets dergelijks ook voor anderen van twijfelachtig allooi: ‘Mijn werk wordt niet begrepen’, zoals menig modderig figuur zich laat ontvallen.

Twee keer in de jaren tachtig zag ik Marina grazen in de nieuwe collectie in de winkel van Puck & Hans aan het Rokin in Amsterdam. Ze was, en gaat volgens mij nog steeds, altijd goed gekleed. En ik mocht haar twee keer begroeten in de galerie waar ik werkte. Met haar nogal (l)ijzige manier van contact hebben sprak ze nooit anders dan Engels. Ze zegt daarover in beide interviews die ik las dat dat kwam omdat ‘jullie allemaal Engels spreken’, maar het kwam voort uit luiigheid en hoogmoed. Elke moeite om in de buurt van een ander te zijn, iemand eens aankijken, is en was haar echter vreemd, ondanks haar pathetische performance in het MOMA. Och, och, wat moesten mensen er soms van huilen, en zijzelf ook, op dat beroerde moment dat ze haar ex in de ogen moest kijken. ’t Was me wat, en dat een paar maanden achter elkaar… Ze dacht bij vlagen dat ze het niet zou overleven, wat me doet denken aan de paar dagen dat ik, als 16-jarige, verbrande frietjes van 20 graden onder nul in een ruimte met een vergelijkbare temperatuur moest uitsorteren; van mijn performance zijn echter geen beelden meer beschikbaar, in welk archief of in welke verzameling dan ook. Mijn publiek heeft daarna wél van mijn actie genoten, want het betrof een gerenommeerd frituurmerk.
Begin jaren negentig begon ze een relatie met een toen gewaardeerde Amsterdamse galeriehouder. Die ontvoerde ze, als het ware. Zonder dat ze hem op zijn verantwoordelijkheden wees, liet hij inrichting én opening van een afgesproken tentoonstelling op een zaterdagmiddag met een geweldig Duits kunstenaar lopen. Weliswaar kon ik gek genoeg inspringen, show hangen en net doen alsof ik erbij hoorde, maar kort daarop was hij failliet. Geen moreel besef dus, in eerste instantie niet bij hem, maar ook niet bij haar, want feest in Wenen of in Boekarest, ik noem maar wat.

Nee, als kunst dan tóch moet in plaats van moeke Marina, dan liever een besneeuwde boerderij van Monet, de lichtpeertjes van Felix Gonzalez-Torres, een wandwerk van Lawrence Weiner of van Simon Gush. Of een schilderij van Lieven Hendriks, om het even welk, zoals nu te zien in het CODA-museum in Apeldoorn.

Het werk van actrice M. A. is zeker niet waardeloos, maar wel erg beperkt, vrijwel zonder emotie en vooral gecalculeerd. In dit verband is het misschien juist om te spreken van chirurgische kunst. Snijden en ingrijpen waar het nodig lijkt en meteen de boel weer dichtmaken. Littekens benoemen maar niets tonen. Niets aan een werkelijk gevoel van mens-zijn of betekenis laten ontsnappen en achteraf, buiten beeld, net doen alsof er niets aan de hand is geweest. Allemaal cumulonimbussen van gebakken lucht. Maar ze hoeft van zichzelf niet achterom te kijken al worden meerdere slachtoffers naderhand door gezondheidsmedewerkers behandeld omdat ze rook hebben ingeademd…

Gepubliceerd door hnsgls

Het is me intussen, omdat het me inviel, duidelijk geworden dat ik vignetten schrijf. Geen korte verhalen. Een soort broche, dus, of een dasspeld of een oorbel die ik aan mijn leven vastprik. Dat er thematisch weinig touw aan vast te knopen valt neem ik op de (ver)koop toe. Terugkerende gegevens zijn de beeldende kunst, architectuur, de liefde, taal en mijn wens om zoveel mogelijk zaken in het leven met elkaar te verbinden. Daarnaast publiceer ik af en toe een e-mail die ik aan deze of gene schrijf of heb geschreven. Mijn profielfoto is dertig jaar oud en een deel van een portret van drie galeriehouders, Milco, Adriaan en mezelf, dat in 1990 gemaakt werd door Paul Blanca. Speels doel van Paul was, denk ik, om ons er zo ijdel mogelijk op te zetten en dat lukte goed.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: