Appropriatie – Over Kawara, Sturtevant en Airco Caravan

Het was ooit eens 2005 óf 2007, vermoedelijk het laatst genoemde jaar. Maar sinds zeker eind jaren negentig was ik al via e-mail en soms telefonisch in contact met On Kawara, de in Japan geboren, maar in New York werkende kunstenaar. De eerste keer dat ik hem ontmoette was in levende lijve in New York in 1998 op het terras van het helaas niet meer bestaande café The Liquorstore (niet zo lang geleden nog nummer 1 op de New York Times-lijst van meest gemiste drinkgelegenheden). Ik was in New York om vrienden te bezoeken, allen kunstenaars, en om voor het eerst de stad te leren kennen. Maar een ander voornemen was om On Kawara te ontmoeten en hem uit te nodigen om een werk in kleine oplage met me te maken en dat ik dan zou “uitgeven” en vermarkten (een Duits woord dat eigenlijk ook in het Nederlands, al accepteert de spellingcontrole het niet, precies bedoelt wat het beoogt). Ter ondersteuning van éen en ander had ik een aanbeveling op zak van de grote Duitse kunstorganisator en museumdirecteur Kaspar König die veel met Kawara had gewerkt en nog steeds een vriendschappelijke relatie met hem onderhield. Het moge duidelijk zijn dat me er heel wat aan gelegen was om Kawara te spreken te krijgen.

Het was lekker weer, de terrassfeer was gemoedelijk, we dronken Guinness en Alan Uglow (naast fantastisch kunstenaar ook de bedenker van de uitroep O-fucking-lé) becommentarieerde het passerend volk. Bijvoorbeeld “There is Dan Graham, there, yes, that dirty man…”, niet lang daarna gevolgd door “Oh, and there’s On Kawara …”. Omdat ik met Kawara nog geen contact had kunnen leggen kon het toeval me geen groter geluk toespelen, want hij ging, vergezeld van twee jongere mensen, ook nog eens op “ons” terras zitten, dus ik hoefde hem niet te volgen om hem zomaar op straat, bijvoorbeeld vlak voor een kruispunt, aan te spreken.
Het geval wil dat On Kawara wereldberoemd is door een aantal reeksen van kunstwerken die hij zijn hele leven heeft voortgezet. Het bekendst zijn zijn zogenaamde datumschilderijen, waarbij hij een datum schilderde of uitspaarde op een monochroom geschilderd vlak. Deze schilderijen kregen als toevoeging een precies passende kartonnen doos, gevoerd met een locale krant van de dag, die zowel als verpakking diende alsook ter identificatie van datum en plek waar het betreffende schilderij was ontstaan. Beide samen, werk en doos, vormen het gehele kunstwerk, al worden vaak alleen de doeken getoond.

On Kawara – 22 JUNI 2007 “Vrijdag” – acrylverf op linnen – 25,5 x 33 cm

Daarnaast heeft hij telegrammen (met als boodschap de enkelvoudige mededeling “I am still alive”) en prentbriefkaarten (waarop gestempeld “I got up at … hrs”) aan vrienden en kennissen over de hele wereld verstuurd. Wie er om vroeg kreeg nooit iets toegestuurd; helaas ik ook niet, hoewel ik niks had gevraagd, al kreeg ik wel een keer post van Kawara in relatie tot een ander project van hem waar niet veel mensen van op de hoogte zijn: kinderspeelplaatsen over de hele wereld. Tijd en plaats speelden in zijn oeuvre dus een belangrijke rol.


Ik onderbreek deze herinnering, die nog niet is afgerond, om haar in het licht te plaatsen van recente gebeurtenissen, want ik wil spreken van gisteren, toen E. en ik tijdens de benefietveiling voor het Amsterdamse kunstinstituut W139 een mooi klein schilderij wisten te verwerven. Alle kunstwerken op de veiling werden anoniem aangeboden en, zeker omdat kort na afloop de website die alles organiseerde compleet implodeerde, duurde het tot vanochtend voordat we mochten ontdekken wie de maakster of maker was
Welnu: we kochten een schilderij van Maria Koning die zich als kunstenaar presenteert onder haar pseudoniem Airco Caravan. Waar die vervangnaam precies voor nodig is ontgaat me eigenlijk, want haar voor- en achternaam zijn voortreffelijk uit te spreken in een scala aan talen. Haar keuze hiervoor, zo kwam in onze korte correspondentie aan het licht, blijkt echter reeds enige tijd geleden genomen te zijn en om je bekendheid, want die heeft ze zeker, ineens 180 graden te keren ten gunste van je geboortenaam, zou bijna een carrière-switch genoemd kunnen worden.
Affijn, ik vond haar e-mailadres en berichtte haar over ons geluk betreffende de Neuerwerbung en bedankte haar voor haar veilingbijdrage ten gunste van W139. Pas daarna bezochten E. en ik Airco Caravan’s website en dat was een geweldig genoegen. Ik bedoel: gewoon in the blind een leuk doekje aanschaffen stuitert helemaal tegen mijn kunstgebruik in, want ik ben een liefhebber van sterke oeuvres, niet van een stukje decoratie aan de muur. Het oeuvre van Maria is echt overweldigend met elementen van grote menselijke betrokkenheid, activisme, schoonheid, kundigheid en een besef van wat er allemaal in de wereld én in de kunstgeschiedenis gebeurt en is gebeurd. Door onze aankoop zijn E. en ik nu deelgenoot van een groter en zich prachtig ontwikkelend geheel.

Airco Caravan (Maria Koning) – LOVE – 35 x 30 cm
olieverf op ongeprepareerd linnen (privécollectie Amsterdam)

Ons schilderij van bescheiden formaat blijkt deel uit te maken van Maria’s serie Associates waarin ze als hommages aan favoriete kunstenaars voorstellingen van werken naschildert. Dit doet ze geheel in haar schilderkunstig handschrift, zonder de ambitie om dat van de betreffende kunstenaar te benaderen. Het is haar eigen, enigszins poëtische visie die ze op de, voor de kenner snel te herleiden, voorstellingen loslaat zonder “de oorsprong” geweld aan te doen. In een triptiek toont ze haar waardering voor het werk van On Kawara, voor mij reden genoeg om mijn herinnering van zojuist van stal te halen, al haalt haar werk net niet mijn verjaardag (17 april).
In “LOVE” schildert Maria slechts de restvormen tussen de letters waardoor het woord, het begrip, Liefde, schittert door afwezigheid. Wel traceerbaar, waarneembaar, natuurlijk, als naakt (bloot, mag dat nog?) canvas, maar door onszelf, als kijkertjes thuis, in te vullen. Niet door de kunstenaar geschilderd, want die is er vanaf gebleven, en ze laat ons een taakje (dat E. en ik dan maar, noodgedwongen, zelf op ons nemen).

Een andere belangwekkende kunstenares die, in tegenstelling tot Maria (Airco), alléen maar appropriatie (het overnemen van een voorstelling als dragend beeld van een nieuw kunstwerk) als stijlmiddel hanteerde was Elaine Sturtevant, Amerikaanse van geboorte, maar ze bracht het grootste deel van haar leven in Parijs door.

Elaine Sturtevant – Warhol Flowers – 1969-1970

Op vrijdag 24 september 2004 was ik te gast bij de opening van Sturtevant’s overzichtstentoonstelling in het MMK, het Museum voor Moderne Kunst in Frankfurt. Bovendien mocht ik, op uitnodiging van toenmalig directeur Udo Kittelmann, aan het diner aanzitten. Ik was schuintjes tegenover Elaine aan tafel geplaatst (een eer en een luxe waarvan me de oorzaak tot op de dag van vandaag geheel ontgaat) en dat leverde een genoeglijke avond op. De opening zelf, met de in Duitsland gebruikelijke stortvloed aan speeches van dien (waar ik helemaal niet van houd, en vanwaar ik wegsloop en daardoor de alle zalen en kabinetten omvattende presentatie in alle rust kon bekijken), was voor haar bijzonder vermoeiend geweest, dus heel veel vuurwerk leverde de dinergesprekken ook weer niet op. Maar wat duidelijk werd was dat Elaine een geopinieerde vrouw was die in haar leven veel had meegemaakt en precies wist waar ze zich in haar werk mee bezighield. Ze “herhaalde” alleen werk van kunstenaars die ze persoonlijk had leren kennen: Andy Warhol, Jasper Johns, Roy Lichtenstein, Felix Gonzàlez Torres, Keith Haring, Joseph Beuys. Velen reeds overleden toen deze overweldigende expositie openging; eigenlijk leefde alleen Johns nog … Je waande je als bezoeker, want niets was wat het eigenlijk was, in een soort Second Life-museum, in een namaak-Nirwana. Net als Airco Caravan raakte Sturtevant kunstenaars aan die me na aan het hart liggen, geen enkele uitgesloten.
Sturtevant’s omvangrijke oeuvre stelt als eerste de vraag waar eigenlijk het begrip identiteit zich zoal weet te verschuilen. Is dat werkelijk alleen maar het geval in éen persoon, of kun je een identiteit delen, of, volgens Elaine’s benadering, herhalen. Daarnaast stelde ze ook de dagelijkse artistieke praktijk aan de orde, zich verdiepend in het creatieve-, maar ook in het praktische maakproces. Hoe kómt iemand tot iets en hoe máakt zij/hij het. Handelen is ook een vorm van denken, al is het éen vaak een uitkomst van het ander, zo lijkt het althans op het eerste gezicht. Aangezien alle kunst voor een deel conceptueel is, is het de vraag of je Sturtevant een specifiek conceptueel kunstenaar moet of mag noemen. Net als in het werk van Warhol schuilt ook in haar werk een sterk poëtische onderlaag die zich klaarblijkelijk bezighoudt met mededogen en betrokkenheid op vele fronten, eigenlijk met Liefde, dus.

Het schilderij dat we van Airco Caravan kochten betreft een appropriatie van de iconische voorstelling van de Amerikaanse kunstenaar Robert Indiana (eigenlijk met achternaam Clark, maar hij werd in de staat Indiana geboren, dus dat werd zíjn vervangnaam) die het woord LOVE weergeeft.

Robert Indiana – Love

Robert Indiana groeide op in éen van die vele Christelijke gemeenschappen die Amerika rijk is en waarin god het equivalent was van liefde (een visie die ook Reve in zijn geloofsvariant aanhing, al hield Gerard de mogelijkheid open dat god Dé Liefde was (zie hiervoor zijn correspondentie met bijbelvertaler Grossouw)). Die “beperkte” oorsprong heeft Indiana het vaak doen betreuren dat zijn logo van de liefde zulk gemeengoed is geworden, losgezongen van zijn religieuze connotatie. Ten onrechte, vind ik, en hij heeft er zich zijn hele verdere leven mee bezig gehouden (in het Frans en in het Hebreeuws, bijvoorbeeld) en dat heeft hem veel geld en voordelen opgeleverd.
Nu hebben we dus Maria’s interpretatie die zowel intiem van formaat als van verftoets verfijnd is. Stomtoevallig heb ik in mijn collectie ook een appropriatie van Indiana’s voorstelling door de Britse kunstenaar Gavin Turk, die, in een deel van zijn oeuvre, ook een “herhaler” van de eerste orde is, vaak met een knipoog en regelmatig met zichzelf als onderwerp (Warhol, Manzoni, Duschamp).

Gavin Turk – “Turk”

Op de website van het galerieconglomeraat van David Zwirner vind ik het datumschilderij van On Kawara uit 2007 dat als subtitel draagt: “Vrijdag” (zie boven). Kawara liet regelmatig een titel vergezeld gaan van een vernoeming van de dag waarop het werk ontstond. En dat in de taal van het land waarin hij het schilderde. Helaas ontbreekt op de website van Zwirner de doos.
Mede op basis van “Vrijdag” vermoed ik dat Kawara dat jaar weer eens van zich liet horen aan mij en wel met de mededeling dat hij in Amsterdam zou komen schilderen (naast onder andere Parijs, in ieder geval in Europa). En of we elkaar zouden kunnen zien en misschien iets drinken, verzocht hij me. Dat leek me wel wat, want mijn pogingen om hem tot een kunsteditie te verleiden hadden nog tot helemaal niets geleid. Toentertijd in New York had hij op mijn uitnodiging reeds geantwoord: “Maybe”, wat voor Japanners een nogal hard maar beleefd “Nee” betekent. Toen ik hem op dat terras daar had aangesproken stelde hij voor om de volgende dag een kop koffie samen te drinken, ook in The Liquorstore. Dat werd een leuke middag, maar leverde voor mij geen bevredigend resultaat op, ondanks zijn grappige anecdotes uit zijn leven; over zijn huwelijksreis door Mexico, bijvoorbeeld, die hem uiteindelijk in NYC zou doen belanden.
Die middag in 2007 kwam hij langs bij de galerie die ik met mijn toenmalige vrouw in Amsterdam runde. Ik stelde hem voor aan mijn beste en naburige collega B. en Kawara en ik besloten om samen wat te eten in een geweldig Indonesisch restaurant in de Utrechtsestraat; een uitnodiging die hij graag accepteerde, al had hij de avond tevoren iets gegeten dat verkeerd gevallen was. Dat werd bijzonder en mooi.
Omdat ik nou eenmaal graag tutoyeer was een van mijn eerste vragen hoe zijn vrienden hem eigenlijk noemden. Omdat zijn voornaam identiek was aan het Engelse woord “op” vond ik die vraag waarschijnlijk opportuun. Totaal ridicuul, natuurlijk, en On antwoordde dus ook: “Well, On of course”. Het nadeel van mijn stomme vraag had het voordeel dat ik hem vanaf dat moment ook bij zijn voornaam kon aanspreken, met alle respect. Daarna vertelde hij over zijn kunstenaarschap: zijn wens om, vanaf het begin eigenlijk, “gewoon” een schilder van monochrome doeken te zijn. En in de jaren ’60 was dat nog geen usance, al had al je wel Manzoni en Yves Klein. Maar monochrome kunst was niet echt bon ton, dus besloot Kawara de datum dan maar tot voorstelling te verheffen.
En waarom was hij eigenlijk in Amsterdam? Nou, hij vond het politiek niet verantwoord om er in je eigen stad de luxe op na te houden van een atelier. Hij combineerde dus trips met het maken van nieuw werk, eenvoudigweg op de hotelkamer: de reis als studio. En als een werk niet binnen éen dag kon worden afgerond dan bestond het niet en werd het vernietigd. Op zijn vraag met welke Nederlandse krant hij de dozen voor de in Amsterdam ontstane schilderijen (misschien maar éen) het beste kon voeren adviseerde ik hem vanzelfsprekend Het Parool. Ik zal dus maar eens een mailtje sturen naar de On Kawara-chef bij Zwirner Gallery om afbeeldingen van de doos van het Vrijdag-schilderij te vragen; het zou een bevestiging van mijn geheugen kunnen zijn. Het zou niet het eerste kunstwerk zijn waar ik een bescheiden bijdrage aan leverde. On at uiteindelijk weinig al was het lekker en ging sneller dan ik had gehoopt terug naar zijn hotel. Eigenlijk had ik met hem nog wel een kopje koffie willen drinken in De Pels, maar het was alles bij elkaar toch een speciale ontmoeting. Tot een editie zou het niet leiden, die heeft hij nooit gemaakt, net zo min als dat er tekeningen van hem bekend zijn, of dat hij ooit op zijn eigen openingen was.
Het schiet me ineens te binnen dat we in het restaurant ook rookten, want dat deed On graag en het mocht toen nog. In de permante installatie van een grote groep werken van hem in (weer) het MMK te Frankfurt is ook een asbak ondergebracht (dat was althans zo, over nú vraag ik het me af) en niet dat men verondersteld wordt er te roken, maar het mócht wel en dat heb ik ook gedaan: On’s kont tegen de kribbe, dus.

E., die ik de tekst tot hier laat lezen, zegt terecht dat er, wil die een geheel worden, beslist nog een afronding nodig is, of een vervolg en een afronding. Daar ben ik het helemaal mee eens, maar ik ben al blij dat ik so weit gekommen bin. Voor mij is het alleen maar mogelijk om te schrijven als ik puzzelstukken in handen krijg, bij mezelf opwek, of dat ze van ander komen aanwaaien in een gesprek of door willekeurige vormen van communicatie. Die springerige activiteit van E. en mij, gisterenavond, veroorzaakt door de veiling, maakte dat ik later gisteren en ook vandaag, ervaringen, herinneringen op het gebied van denken, kijken en voelen met elkaar in verband begon te brengen.
Elaine Sturtevant had blijkbaar niet de wens om On Kawara te “herhalen”, en waarom ook. En ik weet ook niet of ze elkaar kenden. Elaine was beslist geen gemakzuchtige kunstenares; het herhalen van een werk van Jasper Johns of van Warhol was geen vanzelfsprekende zaak. De werkwijze, het denken en het oogmerk van een kunstenaar zijn hyperpersoonlijk en worden uitgedrukt langs wegen die, soms ook voor die kunstenaar zelf, ondoorgrondelijk zijn. Voor On was elk telegram dat hij verstuurde een keuze, een beslissing, die voorafgaand aan de activiteit waarvan hij op een gegeven moment wel wist wat de afwikkeling ervan zou zijn, tot het moment dat hij tot daden moest overgaan: naar het postkantoor! Uiteindelijk zijn die telegrammen in het publiek domein terecht gekomen, na eerst deel uit te maken van een particuliere correspondentie, als verheven teken van leven. Dat laatste omschrijft precies wat elk kunstwerk is, of beoogt te zijn: een verheven teken van leven. En een teken van verheviging van het leven, in al zijn lusten en lasten. Dat is ook waar Maria Airco Koning Caravan zich mee bezig houdt. Geen doekjes voor het bloeden, geen gelul van “Ik wist het niet”: je bewust zijn van alles wat je aanraakt en van alles waardoor je aangeraakt kunt worden.
En dan komt alles op ons af, deze zomer!

P. S.
Vandaag (zestien februari tweeduizend eenentwintig) hebben E. en ik de Airco Caravan-collectie aangevuld met een citaat door haar van een datumschilderij van On Kawara. Geen herhaling dus, maar een appropriatie: een omslagkalender op (ongeveer) A4-formaat die alleen de datum 14 april 2019 beslaat. Werkelijke een prachtige editie in een oplage van 4, die blijkbaar, ook in twee andere kleurstellingen (1 voor 12 en 1 voor 13 april 2019), nog verkrijgbaar is via Airco’s website. Doen Joh!!

Gepubliceerd door hnsgls

Het is me intussen, omdat het me inviel, duidelijk geworden dat ik vignetten schrijf. Geen korte verhalen. Een soort broche, dus, of een dasspeld of een oorbel die ik aan mijn leven vastprik. Dat er thematisch weinig touw aan vast te knopen valt neem ik op de (ver)koop toe. Terugkerende gegevens zijn de beeldende kunst, architectuur, de liefde, taal en mijn wens om zoveel mogelijk zaken in het leven met elkaar te verbinden. Daarnaast publiceer ik af en toe een e-mail die ik aan deze of gene schrijf of heb geschreven. Mijn profielfoto is dertig jaar oud en een deel van een portret van drie galeriehouders, Milco, Adriaan en mezelf, dat in 1990 gemaakt werd door Paul Blanca. Speels doel van Paul was, denk ik, om ons er zo ijdel mogelijk op te zetten en dat lukte goed.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: