Louise

In het begin en in het midden van de jaren negentig, net als in de jaren tachtig, was het mogelijk om in een in offset gedrukte vorm gegevens van kunstenaars op te zoeken. Als galerie of kunstinstituut kon je daarin adverteren en bij de gratie van de opbrengsten daarvan bestond die publicatie, The Art Diary. Klaarblijkelijk kon menig kunstenaar de verleiding niet weerstaan om haar of zijn gegevens, adres, postcode en telefoonnummer, daarin te laten opnemen. Intussen is deze ranke pocket in het web opgelost en zijn kunstenaars een stuk terughoudender geworden in het openbaren van hun informatie.

Aangezien ik artistiek leider was van het kleine bedrijf dat mijn vrouw en ik begonnen waren ontwikkelden zich bij mij in die lijsten van contactmogelijkheden diverse verlangens. Zoals het er naar uit zag kon ik iedereen wiens of wier werk ik bewonderde bereiken door middel van dit boekje. Bijvoorbeeld Robert Ryman (die even geen zin had in een werk in oplage), Jeff Koons (die ik al had leren kennen, maar geen heil zag in een samenwerking), Robert Gober, Robert Barry (met wie meerdere projecten tot stand kwamen), Elsworth Kelly (met wie enkele memorabele telefoongesprekken volgden, maar geen editie) en met Bridget Riley bij wie ik nog steeds op de thee mag komen, maar die me toevertrouwde dat ze onze zeefdrukker niet precies genoeg achtte om iets met ons samen uit te geven; ten onrechte, maar de kunstenaar was altijd de baas of bazin, zo meende ik …

Naar aanleiding van een vakantievoorval had het bedrijfje van mijn ex-vrouw en mij een Franse naam. Om begrijpelijke redenen was dat voor Louise Bourgeois meteen een reden om in mij een aanvaardbare Franse gesprekspartner te vinden. Vanaf het eerste moment dat ik contact met haar kreeg, zij in New York, ik in Amsterdam, vonden de eerste twee minuten van ons gesprek in haar moerstaal plaats. Met plezier wrong ik me altijd even in de bochten die mijn minimale kennis van het spreken in het Frans me boden. Spoedig echter moest ik Louise manen tot een “lentement” om kort daarop over te mogen gaan op een Engels dat zij natuurlijk zeer goed beheerste al was ze een Frans accent nooit kwijtgeraakt.

“Yes, tell me!”, was haar eerste nieuwsgierige vraag naar wat ik eigenlijk uitspookte en wat de reden was voor mijn telefoontje, gevolgd door de vraag: “Are you in New York?”.

In die tijd was Louise natuurlijk nog niet de wereldheldin die ze nu is. Dat wist ze natuurlijk zelf ook, al was haar zelfrespect terecht gestegen met alle aandacht die er gelukkig sinds eind jaren ’80 voor haar werk was ontstaan. Er bestonden al enkele cult-documentaires over haar waarin ze een soort half-waanzinnige kunstenaarspersoonlijkheid speelt, des ochtends haar kranten strijkend, en waarin ze af en toe haar eigen sculpturen voor de camera stukgooit omdat ze, zo meldt ze, daar gewoon zin in heeft.

Maar het werkelijk internationale respect voor Louise Bourgeois was nog aan het groeien. Tegelijkertijd maakte Louise al bronzen gietsels van haar houten sculpturen uit de jaren veertig, dus ze wist wel degelijk precies wat ze waard was. Beelden die vaak als masculien worden gezien, maar die, vooral gegroepeerd, een enorme kwetsbaarheid, teerheid en onzekerheid weerspiegelen, maar alles nadrukkelijk uitgesproken.

Net als bij Andy Warhol zijn die drie eigenschappen ook specifiek voor het hele oeuvre van Louise: bijvoorbeeld in tekeningen, zakdoeken, stofpoppen, cell-werken, voeten, handen, teksten.

Af Fijn, Louise en ik belden dus met enige regelmaat, oui, bien sûre.

En ik had haar gevraagd of ze voor ons een werk in oplage zou kunnen concipiëren. Nou, dat was niet zo gemakkelijk, want ze was enorm aan het etsen. Dat deed Louise namelijk graag, etsen, en een enorme concurrent van ons in New York had net, recentelijk, zojuist, vorige week, een hele etsinstallatie bij Louise in de kelder, down town, geïnstalleerd. Daar moest ze dus wel mee aan de slag. Toch zou ze wel degelijk over onze uitnodiging nadenken. Maar wanneer was ik nou eigenlijk precies van plan om haar in New York te bezoeken??

De aan haar gerichte uitnodiging was er niet een van de reguliere orde, of eigenlijk wel, voor ons. We hadden in Amsterdam verzonnen, ik eigenlijk, dat het wel wat had als een kunstenaar een voorstelling bedacht die we dan in “onzichtbare inkt” lieten drukken. Je kon dat “lege” beeld dan als kunstenaar, wat velen ook gedaan hebben, weer handmatig zichtbaar maken met (kleur)potlood, grafiet, pigmenten of pastelkrijt.

“Ja, graag, Louise, ook jij!”

“Are you in New York?”

Het leek wel een halve relatie, dus ik moest naar New York. Dat moest ik sowieso al, voor een bezoek aan een paar kunstbeurzen, aan de New York Public Library en aan het MOMA, want tijdens de verkoop ging mijn werk gewoon door.

Naast haar werk is Louise Bourgeois ook bekend vanwege het feit dat ze op zondagmiddagen, jaren lang, vooral vrouwelijke kunstenaars, curatoren en critici ontving in haar huis, meestal vanaf een uur of drie; haar zogenaamde Salons, die langzamerhand een cultstatus kregen. Het zal niemand verbazen dat ik daarvoor werd uitgenodigd en wel op het vroegchristelijke tijdstip van twee uur des middags.

Nou wil ik niet zeggen dat ik me een ongeluk heb lopen zoeken, maar wel, en dat is echt waar, dat op weg naar haar townhouse, vanaf een nauwelijks volgroeide boom me, zonder dat het opmerkelijk hard waaide, een behoorlijk zware tak op m’n schouder viel. Ik weet wel dat je in Amerika mensen, gemeentes en staten overal voor kunt vervolgen, maar dat leek me niet de beste binnenkomer bij Louise. En verder werd ik door pijn noch door angsten achterna gezeten.

Trapje op, aanbellen. Wat moet je anders. Uit het voorraam komt het rozijnige hoofd van Louise Bourgeois gestoken. Louise was toen reeds ruim in de tachtig.

“Yes”?

“Hello, I am Hans”.

“Yes, I’ll open the door”.

Ik ben altijd van het tutoyeren geweest, althans, vanaf het moment dat ik je en jij tegen mijn ouders durfde te zeggen. En dat heeft vele jaren in beslag genomen omdat suggesties in die richting niet van hen kwamen. Het beslag laten leggen op “Het Uwen” heeft lang geduurd. Bij hun voornamen, Ben en Lenie, heb ik mijn ouders nooit genoemd en in zekere zin doet dat me nog steeds verdriet. In het Duits is het niet vanzelfsprekend dat je iemand met “je, jou en jij” aanspreekt (behalve God en je grootouders), maar omdat ik toch een buitenlander was (en ben) deed en doe ik dat daar steeds en dat valt meestal goed.

Ik kan me niet herinneren dat ik Louise begon aan te spreken bij haar voornaam, maar dat moet reeds snel hebben plaatsgevonden: “Yes, but Louise, …”, want we waren het telefonisch niet altijd met elkaar eens.

De vraag of ik op deze New Yorkse zomerdag zenuwachtig ben is eigenlijk van geen belang; we hebben elkaar al vaak aan de telefoon gehad; wat hebben we van elkaar te vrezen? Nou ja, ik sta op het punt om een van de belangrijkste beeldhouwsters van de 20-ste eeuw thuis te bezoeken.

Kort na mijn binnenkomen overhandig ik haar een fles zeer fraaie Bourgogne, gekocht op advies van een gemeenschappelijke kennis, die ze dankbaar in ontvangst neemt, die ik open maak, en die ze in de loop van de middag, in een rustig tempo, na een kopje koffie en naast een glas voor zichzelf, aan mij zal proberen op te schenken. Tevens overhandig ik haar een exemplaar van een T-shirt met daarop ons logo, vergezeld van de vraag of zij zich daarin op een door haar gekozen moment en wijze wil laten fotograferen.

“I will do so”, zegt Louise, “I will wear it. And Nothing Else!!” Helaas heeft ze zich nooit aan die toezegging gehouden, voor zover ik weet.

Ze vraagt mij om de luiken en ramen naar haar tuin te openen (het is augustus, warm en enorm benauwd), ze krijgt het zelf niet meer voor elkaar. Daarna stelt Louise mij aan als portier voor de komende middag en geeft me de daartoe noodzakelijke instructies: “You open the glass window in the door, ask who is there, you close the glass, you will come to me, tell me who it concerns, and I will tell you if you can let them in, or not”.

“Okay, Louise”, en dat doe ik dus ook in de loop van de middag, alsmaar goeie vriendinnen van haar binnen latend, want voor niemand anders (“or not”) is er een reden bij haar langs te wippen of aan te bellen. Ik ben verdomme begin veertig, maar ik laat me dit recente aspect van onderdanigheid in onze nog frisse verhouding met een licht gevoel van ongemak aanleunen.

De rest van dat eerste uur zitten Louise en ik samen in de piepkleine keuken die zich in het midden van de bel-etage bevindt. Het keukentje grenst in open setting aan de zeer ruime achterkamer waar twee wanden door boekenkasten worden afgedekt. Een veelheid aan dingetjes, memorabilia en recente kleinere stoffen voorbeelden van eigen werk vult alles wat horizontaal is. Waarschijnlijk werkt ze aan die laatste nog, want verder is er geen Bourgeois-tekening of -sculptuur te bespeuren, zoals dat hoort bij goede kunstenaars.

Aan die binnendruppelende en door mij welkom geheten vriendinnen mag ik daarna, op Louise’s bevel, steeds opnieuw mijn voorstel voor die onzichtbare inkt uitleggen, precies als eerder aan Louise zelf. De Meesteres doet of zegt zelf weinig, maar blijft zeer alert en geniet duidelijk van de samenkomst. Ze maakt vooral notities met potlood in een petit aantekeningenboekje. De gespreksonderwerpen beperken zich niet tot beeldende kunst en regelmatig wordt er gelachen. Ik voel me licht geïntimideerd door de entourage, maar tegelijkertijd op mijn gemak. Ik realiseer me steeds dat ik “een man met een missie” ben: Louise overhalen om met ons samen te werken, natuurlijk, maar ik kan niet anders dan “go with the flow”.

Wanneer haar zoon Jean-Louis onverwacht opbelt, vanuit Mexico (waarom niet?), en Louise zelf de telefoonhoorn van het vrijwel antieke toestel opneemt, geeft ze die na enkele woorden, met een uitgestrekte magere arm, door aan éen van haar gasten (gelukkig niet aan mij) die de goeie man nooit gesproken of ontmoet heeft met de woorden: “Jean-Louis wants to talk to you!”, wat tot een kort en vanzelfsprekend weinig samenhangend gesprek leidt met een verbijsterde jonge kunstcritica terwijl de rest van het kleine gezelschap getemperd doorkeuvelt.

Na een afrondend Good-bye, nice to meet you en een kusuitwisseling tussen Louise en mij verlaat ik om een uur of vijf de eigentijdse, maar ook anachronistische fata morgana aan de twintigste straat. Was het vanmiddag nou 1958 of 1998?, vraag ik me af.

Daarnaast blijft het ook nog eens ongewis of Louise bereid is om mijn uitnodiging serieus te overwegen. Wat me in ieder geval rest is een vorm van trots en plezier dat ik zojuist éen en ander aan Louise heb mogen voorleggen en dat ik deelgenoot ben geweest van een legendarische babbelclub van niveau en genoegen.

Een maand of drie later komt er in Amsterdam via de fax een voorstel van Louise voor een kunstwerk in zeer kleine oplage hetgeen ik afwijs omdat het niet voldoet aan het door mij voorgestelde concept.

Had ik mijn verstand maar gebruikt. Alles was zo eenvoudig geweest! Oh, waar was mijn respect voor Louise? Hoe kon ik zo brutaal zijn? Was ik maar nooit geboren!

Een paar maanden voor haar dood in 2010, Louise is dan 98 jaar oud, staat haar zaakwaarnemer, tevens muze, Jerry Gorovoy me nog een kort telefoongesprek met haar toe. Ja, alles is goed, zegt ze, en ze informeert of alles goed met mij is.

Of we Frans of Engels spreken kan ik me niet meer herinneren, maar Louise vraagt me wel of ik toevallig in New York ben.

Hans Gieles

Februari MMXX

Gepubliceerd door hnsgls

Het is me intussen, omdat het me inviel, duidelijk geworden dat ik vignetten schrijf. Geen korte verhalen. Een soort broche, dus, of een dasspeld of een oorbel die ik aan mijn leven vastprik. Dat er thematisch weinig touw aan vast te knopen valt neem ik op de (ver)koop toe. Terugkerende gegevens zijn de beeldende kunst, architectuur, de liefde, taal en mijn wens om zoveel mogelijk zaken in het leven met elkaar te verbinden. Daarnaast publiceer ik af en toe een e-mail die ik aan deze of gene schrijf of heb geschreven. Mijn profielfoto is dertig jaar oud en een deel van een portret van drie galeriehouders, Milco, Adriaan en mezelf, dat in 1990 gemaakt werd door Paul Blanca. Speels doel van Paul was, denk ik, om ons er zo ijdel mogelijk op te zetten en dat lukte goed.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: