Vanmiddag schoot me ineens een oude klasgenoot te binnen. Z’n voornaam meteen: Alfons, al blijkt wat later de ‘f’ ‘ph’ te moeten zijn. Uit ervaring weet ik dat dan een achternaam ook wel in mijn hoofd tevoorschijn komt, uit het schijnbare niets en die kwam ook, al houd ik die nu voor me. Alphons en ik zaten bij elkaar in de klas, vaak naast elkaar, misschien kwam hij ook wel een keer bij ‘ons thuis’. Zoals veel van mijn toense schoolgenoten was hij tamelijk bekakt en tot dat aspect voelde ik me nogal aangetrokken; éen van mijn eerste grote liefdes was een meisje met een dubbele naam, al was ze daarnaast spontaan en net zo goed dol op mij, al kwam ik uit een middelmatig milieu.
Alphons was een mooie jongen die zijn schoonheid ijdel uitdroeg, altijd een sjaaltje om zijn hals, maar we vonden elkaar sympathiek. Een uur geleden herinnerde ik me ineens dat ik ooit nog eens een portret van hem heb getekend. Wat daarmee gebeurd is mag Joost weten, maar aspecten ervan staan me nog wel voor de geest. Ogen neus en mond ontbraken, ’t sjaaltje was er wel.
Natuurlijk, zoals dat gaat, zijn we elkaar uit het oog verloren al ging hij naar de Rietveld-academie en werd later zeer succesvol interieurarchitect, ook weer in het bekakte speelveld, tot aan een verschijning bij ‘Business Class’, door mij verafschuwd, aan toe.
Toen ik hem vanmiddag googelde kwam geen website van zijn bedrijf tevoorschijn.
Binnen FaceBook bestaat hij nog steeds, ter nagedachtenis, want in februari 2015 is hij overleden. Er is, naast meerdere, éen reactie op Alphons’ dood (‘Ik begrijp het niet’) die erop zou kunnen duiden dat hij zelf een eind aan zijn leven heeft gemaakt en die geloof ik, al weet ik ook niet waarom.
Bij publicatie van dit bericht (deze ‘post’) ben ik 66 jaar oud. Op zich is dat nog een heel rustige leeftijd, al heb ik wat last van mijn rug. Maar om mij heen lijdt iedereen aan van alles, serieuze aandoeningen bedoel ik: kunstenaars bijvoorbeeld, die ik waardeer en vaak als vrienden beschouw. Ik noem geen namen, maar een aantal ervan vecht voor zijn of haar leven.
We moeten door, vanzelfsprekend. Ik kan er geen afbeelding bij bedenken, zo snel. Misschien dit landschap van Spillaert:

